
Wat is BEELDtaal?
BEELDtaal in de fotografie gaat over de manier waarop je visuele elementen gebruikt om betekenis, emotie en/of een verhaal over te brengen. Je communiceert met beeld. Als je begrijpt hoe je deze visuele elementen kunt gebruiken, ben je in staat om foto's met zeggingskracht te maken die bij je doel en boodschap passen.
Het is een benadering van fotografie waarbij je je richt op het vastleggen van beelden op een artistieke en innovatieve manier, in plaats van alleen het vastleggen van de werkelijkheid op een traditionele wijze. Beeldtaal in de fotografie kun je zien als een vorm van kunst waarbij je verschillende vormtoepassingen gebruikt om emoties, stemmingen en betekenissen in je werk over te brengen.
Jouw doel is om foto's te maken die de kijker naar je toe trekt en die de verbeeldingskracht stimuleren.
Wat zijn de componenten van de BEELDtaal?
De drie componenten van de beeldtaal in de fotografie zijn je intentie (idee), je vorm of vormtoepassingen (zie hieronder) en je resultaat. (je serie, selectie, tentoostelling, boek e.d.)
“De fout die de meesten maken met het vaak onbewust gebruik van deze componenten is dat ze vanuit hun idee rechtstreeks naar het resultaat willen gaan”. Wat bedoelen we hiermee?
Het grootste gemis bij de meeste foto’s die je ziet is dat er een vorm of vormtoepassing ontbreekt. Aan de hand van de onderstaande driehoek zie je linksboven ‘intentie’ staan. Dat is jouw idee van waaruit je wil vertrekken. Rechts daarvan zie je ‘resultaat’. De meesten gaan vanuit hun ‘idee’ rechtstreeks naar het ‘resultaat’. Ze slaan de vorm over terwijl hier nu net de creativiteit zit.

Vormtoepassingen: de bouwstenen van de beeldtaal
Vormen of vormtoepassingen zijn de belangrijkste bouwstenen die je in wil zetten om tot beeldtaal te komen.

Voorbeelden van beeldtaal
Om een drietal voorbeelden van beeldtaal te laten zien tippen we even de geschiedenis aan van een paar vormtoepassingen die we hierboven hebben behandelt:
Typologie: Toen Karl Blossfeldt zijn botanische catalogus eind 19e eeuw presenteerde zal August Sander hiervan geweten hebben. Zijn vrouw en hijzelf waren gedreven amateur botanisten en Sander zal de catalogus van Blossfeldt als inspiratie hebben gebruikt voor zijn eigen project; 'Der Mensch des 19. Jahrhunderts'. Walker evans op zijn beurt, wist van Sanders project en paste de typologie toe op zijn eigen werk voor de Resettlement Administration. De beelden van Evans waren weer een inspiratiebron voor de Bechers, die bijna 50 jaar lang het industrieel erfgoed vastlegden. Bernd Becher leidde van 1976 tot 1996 een nieuwe generatie fotografen op die met hun vaak typologische beelden de hedendaagse kunstwereld domineren.

Foto's:: Bernd en Hilla Becher
Lichtbeheersing
Voor de meeste fotografen zit lichtbeheersing in de lichtmeter en het dynamisch bereik van hun camera. Niets mis mee, maar ze weten helaas niet wat ze meten. Ze weten bijvoorbeeld niet welke toonwaarde een stoeptegel heeft die op de foto staat. Is dat belangrijk om te weten? Absoluut, want ik wil graag weten welke toonwaarde die stoeptegel heeft omdat ik die waarde ook terug wil zien op mijn computerscherm en later op mijn fotoprint. Previsualisatie noemde Ansel Adams dit. Jij bepaalt je lichtwaardes die je meet, en niet je camera. De lichtmeter van je camera zit daarom dan ook niet in de camera maar tussen de oren.

De uitsnede
Alvin langdon Coburn en Paul Strand waren in het eerste en tweede decennium van de vorige eeuw pioniers op het gebied van de uitsnede. Strand ontdekte rond 1915 bij het maken van een uitsnede dat er geen letterlijke betekenis meer aan het beeld kon worden ontleend. Er wordt een associatie gecommuniceerd. Deze toepassing kreeg voor het eerst zijn grote rol door Walker Evans in de jaren '30.. De uitsnede is onmisbaar binnen de beeldtaal maar ook in de hedendaags fotografie binnen al haar disciplines.

Foto: Paul Strand
Foto boven: Robert van Heumen
Wil je echt de diepte in? Schrijf je in voor onze workshop bij Pennings Foundation, de oudste fotogalerie van Nederland.
