Irving Penn

Irving Penn (1917-2009) begon zijn carrière als grafisch ontwerper. In 1938 kocht hij een Rolleiflex met de opbrengsten van tekeningen die in Harper's Bazaar werden gepubliceerd. Hij gebruikte deze om zijn 'camera-notes' te maken. De foto’s laten een interesse zien in bewegwijzeringen en schilderkunst die Penn tijdens de Tweede Wereldoorlog in Europa en India maakte. 


Penn’s vroege fotoseries documenteren een reis door het Amerikaanse Zuiden, een periode waarin hij zichzelf nog niet als kunstfotograaf beschouwde. In de geest van Walker Evans legde hij de omgeving vast met een scherp oog voor het alledaagse en het absurde, maar in een stijl die afweek van de traditionele fotojournalistiek. ‘Sign with Child’s Head Missing’ is gemaakt in Louisiana. Op de motorkap van een oude auto staat een beschadigde advertentie waarin een stel hun onthoofde baby adoreren. De scène, zorgvuldig in beeld gebracht, krijgt een surreële lading met een zuidelijk huis op de achtergrond, een droom die omkeert in een nachtmerrie. Dit werk weerspiegelt Penn's rebelse blik op fotografie en zijn ervaring als outsider. Hij was van Russisch-Joodse immigranten reizend door het diepe Zuiden. Hij bracht het Amerika van zijn tijd in beeld, met een eigen esthetische en psychologische gelaagdheid.

Zijn eerste stappen in de modefotografie zette hij bij Vogue, waar hij al snel zijn stempel drukte op de visuele taal van het blad. Eenvoudig, verfijnd en krachtig, zo kan het werk van Irving Penn worden omschreven. Zijn covers voor Vogue toonden de strakke lijnen en taps toelopende tailles van het naoorlogse Parijs en New York en transformeerden de modefotografie tot een kunstvorm. Penn verwijderde alles uit de compositie behalve de essentie: het model en de kleding. Zijn dramatisch belichte figuren leken op levende sculpturen, vastgelegd in een tijdloos moment. In 1950 trouwde hij met model Lisa Fonssagrives, die een muze werd voor veel van zijn beroemdste foto's.


Fotografie is voor Penn voornamelijk vereenvoudiging en weglaten. Dit principe is duidelijk zichtbaar op zijn allereerste Vogue cover uit 1943, waar het model ontbreekt. In plaats daarvan vertellen zorgvuldig gecomponeerde objecten zoals een tas, sjaal, handschoenen en een cocktailring, het verhaal van een elegante vrouw. Wat niet wordt getoond, is net zo betekenisvol als wat er wel is. Deze subtiele, suggestieve benadering zou Penns stijl blijven definiëren en uitgroeien tot een revolutionaire kracht in modefotografie.

Inspiratie

Geïnspireerd door surrealisme, moderne dans en film noir, waren zijn beelden meer dan alleen commerciële foto’s; ze waren provocerende visuele statements. Met een goed gevoel voor geometrie, consumentisme en een encyclopedische kennis van kunstgeschiedenis, tilde Penn de modefotografie naar het niveau van kunst. Zijn camera onthulde evenveel door wat hij wegliet als wat hij liet zien. Of het nu een lege achtergrond was of het weghalen van overbodige details, Penn's fotografie prikkelde de verbeelding en liet de kijker hongeren naar meer.


Kunst- en commerciële fotografie waren strikt gescheiden en Penn bracht deze werelden samen, zoals te zien is in zijn Vogue-foto ‘Summer Sleep’ uit 1949. Een slapende vrouw wordt omringd door alledaagse objecten zoals een boek, een perzik, een kop thee, terwijl vliegen haarscherp op de voorgrond op het scherm zitten. Het beeld balanceert tussen realiteit en droom, met een knipoog naar de 17e eeuwse schilders en surrealisten als Man Ray


Als je Penn’s werk bestudeert ontkom je niet aan zijn etnografische benadering van zijn onderwerpen. Een langgekoesterde wens van hem was het vastleggen van uitstervende inheemse volken in afgelegen delen van de wereld. In 1948 had Penn een opdracht voor Vogue in Lima, Peru. Meteen hierna reisde hij af naar Machu Picchu - Cusco en huurde een portretstudio om de lokale bevolking te fotograferen. Hij plaatste zijn modellen voor zijn handelsmerk: een doek die hij ook gebruikte voor zijn modefotografie. De kinderen op de foto staan geposeerd met een pianokrukje, om aan te tonen hoe klein deze mensen zijn. De ingreep met zijn achtergronddoek ging zelfs zo ver dat een wereldberoemd modehuis dacht dat hij een vliegtuig vol met Peruanen had meegenomen naar New York. Door de set-up kon hij het model uit zijn natuurlijke omgeving isoleren en hem in een andere context plaatsen. Penn is hiermee een groot inspirator geweest voor onder andere Richard Avedon. (n the American West)



Na een reis naar Parijs veranderde Penn zijn aanpak van het fotograferen van mode, waarbij hij zijn vorm en palet beperkte. In ‘Black and White Cover’, de eerste cover van Vogue in zwart-wit sinds 1932, gebruikte Penn een weggegooid theatergordijn om iedere vorm van context te verwijderen. Het model, Jean Patchett, gekleed door Christian Dior, neemt een raadselachtige pose aan.

Hoekportretten

Penn experimenteerde met ongebruikelijke hoeken en composities. Zijn ‘hoekportretten’, waarbij hij beroemdheden in benauwde hoeken plaatste, dwongen zijn modellen om een onbekend deel van zichzelf bloot te geven. De spanning tussen perfectie en ongemak gaf zijn portretten een psychologische diepte.



Het claustrofobisch portret van Truman Capote behoort tot zijn beroemde ‘hoekportretten’, waarmee hij zijn reputatie als kunstfotograaf vestigde. Ingeklemd tussen twee schuine muren zit Capote gehurkt, met zijn handen in de zakken van zijn lange jas. De beperkte ruimte vergroot de psychologische intensiteit, een techniek die Penn graag toepaste. Sommige geportretteerden voelden zich veilig, anderen gevangen. Van Salvador Dalí tot Georgia O’Keeffe, Penn’s hoekportretten onthullen meer dan gezichten…

Meer dan modefotografie

Penn’s invloed reikte verder dan mode. Zijn serie ‘Small Trades’ uit 1950-’51, waarin hij ambachtslieden en arbeiders in New York, Parijs en Londen vastlegde, was een monument van menselijke waardigheid. Deze vakmensen, vastgelegd met hun gereedschappen en in hun werkkleding, stralen een tijdloze elegantie uit. Dit project groeide later uit tot een wereldwijde onderneming, waarbij Penn ook mensen fotografeerde in Nepal, Nieuw-Guinea, Dahomey (nu Benin) en Marokko.


Tussen 1950 en 1952 fotografeerde Irving Penn ambachtslieden uit New York, Londen en Parijs. Straatvegers, schoenpoetsers, slagers en bakkers poseerden in zijn daglichtstudio, zonder afleiding of decor. Alleen de mens en zijn vak bleven over. De neutrale achtergrond benadrukte elke lijn in hun gezicht, elke houding, elk spoor van arbeid. Penn’s minimalistische typologische benadering onthulde de waardigheid en trots van de arbeider. 

Legende

In de jaren ’70 begon Penn de kloof tussen commerciële fotografie en kunst te dichten. Door afdrukken van zijn werk te maken in platina-palladium, een zeldzame techniek uit de 19e eeuw, bewees hij dat fotografie net zo rijk en gelaagd kon zijn als de etsen van Goya of Rembrandt. Zijn werk werd niet alleen een referentiepunt binnen de modewereld, maar ook binnen de kunstwereld, waar hij een blijvende invloed uitoefende op de manier waarop fotografie als een serieuze discipline werd beschouwd.


Irving Penn experimenteerde zijn hele carrière met fotografische technieken. Het Platinum-Palladium-drukproces, dat hij nieuw leven inblies, bood een ongekende tonale precisie. In de jaren ‘70 fotografeerde hij sigarettenpeuken met een macrolens, waardoor hun alledaagse vorm monumentaal werd, als ruïnes van vergankelijkheid. Dit leidde tot zijn bredere serie 'Street Material', met gevonden objecten als werkhandschoenen en bananenschillen. In 1977 tentoongesteld in het Metropolitan Museum, bevestigde dit Penns status als kunstenaar, ver voorbij modefotografie.


Sexy lippen zijn een reclamecliché, een cliché dat Irving Penn vrolijk omverwierp in deze foto uit 1986, Mouth (voor L’Oréal). Besmeerd met meer dan zes tinten lippenstift, op de manier van een schilderspalet, lijkt de pruillip van het model de façade van perfecte schoonheid onderuit te halen. Op dit punt in zijn carrière zag Penn zijn reclame duidelijk ook als kunst. Hij publiceerde deze prints als een gelimiteerde oplage voor verkoop aan verzamelaars.

Penn’s oeuvre, vastgelegd in publicaties zoals ‘Moments Preserved’ (1960) en ‘Worlds in a Small Room’ (1974), blijft een bron van inspiratie voor generaties fotografen. In 1996 doneerde hij zijn archief aan het Art Institute of Chicago, dat een groots retrospectief aan hem wijdde. 


Wil je meer weten over inhoudelijke fotografie? Lees onze blogs, download ons E-book of schrijf je in bij ons BEELDlab. Ben je klaar voor de echte cursus? In september starten we weer op. Zorg dat je er op tijd bij bent, want ze raken vol.

Over de schrijver
Forum BEELDtaal (2015) is een 4 jarig opleidingsplatform voor verhalende fotografie en fotografische visual storytelling. De blogs die wij schrijven hebben hun oorsprong uit de meer dan 180 jarige geschiedenis van de beeldtaal. Deze geschiedenis is erg belangrijk om te weten wie je voorgangers zijn bij het maken van een verhalend fotoproject. Wie zijn je inspiratiebronnen, en wat kan je van ze leren?