André Kertész (Boedapest 1894-New York 1985) was hij een pionier in het verkennen van de mogelijkheden van de handcamera, een dichter van het alledaagse, een meester in het vangen van melancholie en spontaniteit in één beeld.
Poëtische metaforen
Zijn werk wordt gekenmerkt door een subtiele elegantie, een dans tussen geometrie en emotie, tussen licht en schaduw. Hoewel hij misschien minder bekend is dan zijn tijdgenoten, vormde Kertész een cruciale schakel in de evolutie van de fotografie. Zijn invloed is onmiskenbaar en zijn visie revolutionair. Hij geloofde niet in technische perfectie omwille van de techniek—"Foto’s kunnen technisch perfect zijn, maar zonder expressie blijven ze leeg," zei hij ooit. Zijn beelden raakten iets diepers, iets intuïtiefs. Hij wist van het alledaagse iets etherisch te maken: een stoel, een boek, een bril werden in zijn lens omgetoverd tot poëtische metaforen.
Underwater Swimmer (1917) speelt met vervorming, licht en beweging. De foto toont een zwemmer onder water, wiens lichaam door de breking van het licht op een bijna surrealistische manier wordt vervormd. Armen en benen lijken uitgerekt of losgekoppeld, wat het beeld een dromerig, haast buitenaards karakter geeft. Kertész experimenteerde hier al met abstractie en vervorming, lang voordat dit een gangbare stijl werd in de fotografie. Het water fungeert als een natuurlijke lens die het lichaam van de zwemmer transformeert, waardoor de kijker een nieuwe manier krijgt om naar de menselijke vorm te kijken. Deze opname laat niet alleen Kertész’ technische vernuft zien, maar ook zijn intuïtieve vermogen om gewone momenten om te zetten in poëtische beelden. Het is een vroege demonstratie van zijn unieke stijl, waarin spontaniteit en artistieke visie samenkomen.
Leica
Van Boedapest naar Parijs naar New York. Kertész’ leven was een reis door de avant-garde van de 20e eeuw. In de bruisende straten van Montparnasse vond hij een thuis onder kunstenaars en schrijvers. Hij legde de ziel van Parijs vast met zijn Leica, spelend met reflecties, onverwachte perspectieven en verborgen symmetrieën. Zijn mentor rol voor Brassaï en Cartier-Bresson bewijst zijn diepgaande invloed: hij leerde hen niet alleen de techniek, maar vooral de kunst van het kijken.
In ‘Satiric Dancer’ (1926) komt humor, elegantie en compositie samen. De foto toont danseres Magda Förstner in een speelse, overdreven pose op een sofa, haar lichaam golvend en expressief. Rechts in beeld staat een sculptuur die haar houding lijkt te spiegelen, wat zorgt voor een ritmische harmonie. De scène ademt een luchtige ironie: de titel suggereert satire, terwijl de pose bijna karikaturaal aanvoelt. Dit spel tussen spontaniteit en geënsceneerde fotografie is typerend voor Kertész’ stijl. De foto is tijdloos in zijn modernisme en invloedrijk binnen de kunst- en modefotografie. Het is niet alleen een portret, maar een kunstwerk waarin beweging, poëzie en een knipoog naar het surrealisme samenkomen.
‘Chez Mondrian’ (1926) is een subtiel en gelaagd meesterwerk waarin André Kertész de essentie van Piet Mondriaans leefruimte en geest vangt. De foto toont een verstilde hoek van Mondriaans Parijse atelier: een sobere trap, een deur met een glas-in-loodraam en een enkele vaas met een bloem. De compositie ademt eenvoud en precisie, volledig in lijn met de schilderijen van Mondriaan zelf en waarop Kertész het abstracte gedachtegoed van Mondriaan vertaalt naar fotografie. De geometrische lijnen, de strakke vormen en het spel van licht en schaduw creëren een visuele harmonie die doet denken aan Mondriaans ‘De Stijl’ principes. Toch blijft de ruimte menselijk en poëtisch, met de zachte, asymmetrische toevoeging van de bloem als subtiel contrast met een vermelding dat de bloem door Mondriaan is wit geschilderd vanwege zijn afkeer voor de kleur groen.
In Meudon (1928) speelt André Kertész meesterlijk met tijd, ruimte en beweging. Op de achtergrond raast een trein voorbij, terwijl op de voorgrond een man met een groot, in kranten gewikkeld pakket stevig voortstapt, recht op de camera af. Beiden volgen hun eigen pad, onbewust van het moment dat door Kertész is vereeuwigd—een vluchtige scène die de tand des tijds zou doorstaan. Dankzij zijn nieuwe Leica kon Kertész spontane, voorbijgaande momenten vastleggen en meerdere werelden binnen één beeld samenbrengen. Deze innovatieve benadering van compositie en context-framing was revolutionair en zou later invloedrijk blijken voor een nieuwe generatie fotografen. Onder hen Robert Capa en Henri Cartier-Bresson, die na de Tweede Wereldoorlog Magnum Photos oprichtten. Kijk je naar het werk van veel Magnum-fotografen, dan herken je duidelijk Kertész’ signatuur.
De serie Distortions (1933) van André Kertész is een van de meest gedurfde en experimentele reeksen in de geschiedenis van de fotografie. Met behulp van vervormende spiegels creëerde hij surrealistische en vaak speelse naaktportretten waarin lichamen op bizarre, maar toch elegante manieren werden uitgerekt, verwrongen of vervormd. Wat deze serie zo bijzonder maakt, is hoe Kertész de grenzen tussen realiteit en illusie vervaagt. In plaats van louter experimentele beelden, zijn de Distortions poëtisch en suggestief, waarbij de menselijke vorm wordt omgezet in bijna abstracte composities. Zijn fascinatie voor geometrie en ritme komt hier duidelijk naar voren, terwijl de beelden tegelijkertijd humor en mysterie bevatten. Met deze serie bewees Kertész dat fotografie niet alleen een middel is om de werkelijkheid vast te leggen, maar ook een instrument om nieuwe, onverwachte werelden te creëren.
MoMA en Centre Pompidou
In 1936 bracht het lot hem naar New York, waar hij werkte voor gerenommeerde tijdschriften als Vogue en Harper’s Bazaar. Toch voelde hij zich nooit helemaal thuis in de commerciële wereld van de Amerikaanse fotografie. Zijn werk was te poëtisch, te introspectief voor de gestroomlijnde redactionele visie van de tijd. Maar Kertész’ geloof in de waarheid van het beeld week niet. Hij bleef fotograferen, zelfs toen erkenning uitbleef, tot de wereld hem uiteindelijk in de jaren zestig en zeventig omarmde met exposities in het MoMA en het Centre Pompidou.
‘Washington Square, New York’ (1954) is een beeld van verstilling en melancholie. Vanuit zijn appartement kijkt Kertész neer op het besneeuwd park waar een eenzame figuur door het winterlandschap loopt. De kale takken van een boom omlijsten de scène als een fragiele, grafische structuur, waardoor een bijna schilderachtige compositie ontstaat. Wat deze foto bijzonder maakt, is hoe Kertész zijn eigen gevoelens van isolement in New York subtiel weet over te brengen. Hoewel hij een gerenommeerd fotograaf was in Europa, worstelde hij in Amerika jarenlang met een gebrek aan erkenning. De eenzaamheid die hij ervoer, weerspiegelt zich in dit verstilde beeld.
Straight Photography
Zijn heldere stijl, emotionele verbinding met zijn onderwerp en de geometrische patronen van zijn foto's waren er vanaf het begin. Als de Europese vertegenwoordiger van de Straight Photography was hij een grote inspirator. Kertész overleed in 1985 in New York en liet zo'n 100.000 negatieven na, waarvan de meesten tot op de dag van vandaag nog ongezien zijn.
Henri Cartier-Bresson
Susan Sontag heeft zijn werk als ‘de vleugel van pathos’ beschreven, maar het was Henri Cartier-Bresson die misschien het meest passend eerbetoon bracht toen hij zei: "Elke keer dat André Kertész de sluiter klikt, voel ik zijn kloppend hart.”
Wil je meer weten over inhoudelijke fotografie? Lees onze blogs, download ons E-book of schrijf je in bij ons BEELDlab. Ben je klaar voor de echte cursus? In september starten we weer op. Zorg dat je er op tijd bij bent, want ze raken vol.